Al Gore denkt terecht
dat een verandering
van de publieke opinie inzake het klimaat
belangrijker is dan een verandering van president, meent
De eerste voorverkiezingen
zijn een feit. Daarbij is één man opvallend afwezig: Al Gore. De man die in 2000 meer
stemmen kreeg dan George W. Bush, de man die acht
jaar vice-president onder
Bill Clinton was en wiens film over de klimaatverandering is beloond met
een Oscar en de Nobelprijs voor de Vrede, heeft geweigerd aan de race mee te doen.
Voor het nummer over de ‘Persoon van het Jaar’ vroeg
Time Gore in 2007 of hij niet
‘de morele plicht’ had om mee te
doen, gelet op de ongeëvenaarde macht van het Witte Huis en de urgentie van de klimaatcrisis.
Gore gaf het antwoord dat hij
al maanden geeft: hoewel hij „de mogelijkheid niet helemaal had uitgesloten”, verwachtte hij zich niet kandidaat
te stellen; het beste wat
hij kon doen
om de klimaatverandering te bestrijden, was zich te blijven
richten op een „verandering van de publieke opinie”.
Sommigen houden het erop dat
Gore slim afwacht of andere
kandidaten struikelen. Ik betwijfel dat.
Ik doe nu vijftien jaar verslag
van het klimaatactivisme
van Gore, sinds mijn eerste interview met hem op de VN-Aardtop
in 1992, en ik denk dat hij oprecht
van mening is dat een verandering van de publieke opinie belangrijker is dan een verandering van president. Bovendien heeft Gore goede redenen voor
deze ongewone conclusie.
Ik had een interview van
twee uur met Gore vlak voordat An Inconvenient
Truth uitkwam. Een groot deel van ons gesprek ging
over een wrang gegeven dat veel
van de mensen die nu hem aansporen zich kandidaat te stellen
lijkt te zijn ontgaan: de laatste keer dat
Gore in het Witte Huis bivakkeerde, heeft hij geen enkele
vooruitgang tegen de opwarming van de aarde weten te boeken.
In de acht jaar dat de regering-Clinton-Gore aan de macht was, heeft ze niet
één belangrijke wet tegen de klimaatverandering ingevoerd. Ze ondertekende
het Kyoto-protocol, maar
pas nadat ze dit had afgezwakt met verlammende uitvluchten; waarna ze besloot
geen poging te doen tot ratificatie
van het verdrag door de Senaat.
In ons gesprek erkende Gore deze tekortkomingen. Maar volgens hem lag de schuld niet bij hem of
De les die Gore uit zijn
nederlagen in het Witte Huis lijkt te
hebben getrokken is dat om echte
verandering tot stand te brengen het niet
genoeg is om president te zijn, vooral
niet als je machtige belangen
tegen hebt. De enige manier om
die te verslaan is de weg opnieuw te
bereiden – om zo’n alomvattende golf van publieke druk op te bouwen dat
elke politicus die wordt gekozen zich
gedwongen zal voelen om actie
te ondernemen, ook als Exxon-Mobil en zijn vrienden daarmee
worden teleurgesteld.
De invloed van het bedrijfsleven op Capitol Hill lijkt
nog altijd behoorlijk sterk. Gore noemde de wet-Warner-Lieberman, die de Senaat
binnenkort zal behandelen, „ontoereikend”. Hij dringt aan
op radicaler ingrijpen, inclusief een verbod
op nieuwe kolencentrales.
De drie voornaamste Democratische presidentskandidaten
– Edwards, Clinton en Obama – zijn
allemaal doordrongen van het klimaatprobleem en beloven terzake belangrijke maatregelen te nemen. Dit
geldt in mindere mate ook voor de Republikeinen
John McCain en Mike Huckabee. Maar
wanneer een van hen als president het rampzalige klimaatbeleid van Bush
zou weten te keren, dan
zal hij of zij enorme dank aan Gore verschuldigd zijn.
Mark Hertsgaard is auteur van onder meer ‘Earth Odyssy’. Binnenkort verschijnt ‘Living Through the Storm: Surviving Our Future
Under Global Warming’.