Sanders Gives Desire for Change the Clearest Voice

<--

Critici die Bernie Sanders te radicaal en onverkiesbaar noemen omdat hij consensus in de weg staat, missen het punt van zijn aantrekkingskracht, schrijven drie wetenschappers.

Bernie Sanders gaat op kop in de Democratische voorverkiezingen. De frontrunner die door het politiek establishment wordt weggezet en door de gevestigde commentatoren wordt geminacht, wint voorverkiezing op voorverkiezing. Volgens opiniepeilers heeft de senator uit Vermont nu veruit de beste papieren om de Democratische presidentskandidaat te worden. Dit langzaam indalende besef doet het politieke midden wankelen: de verontruste geluiden zwellen aan en de pogingen om Sanders te diskwalificeren nemen toe.

‘Why Democrats Are Bound for Disaster en ‘The Democrats Are in Trouble’ kopte The New York Times dit weekeinde boven twee opiniestukken. Sanders’ voorstellen zouden onrealistisch, impopulair en onbetaalbaar zijn. Volgens critici uit het midden is hij is te radicaal en onbezonnen, zaait hij verdeeldheid, en staat zo een brede coalitie in de weg.

De ernstige vertolkers van dit geluid presenteren zich veelal als realisten die, in contrast met de vermeend emotionele volgers van Bernie Sanders enkel vanuit de onderkoelde ratio zouden redeneren. Na nuchtere studie van de feiten, weten ze dat sociale rechtvaardigheid geen realistisch streven is.

Zo beschreef Amerika-deskundige Willem Post onlangs in NRC een Sanders-evenement als een „sektarische bijeenkomst”, waar „tranen van geluk” werden geplengd. Sanders zou nauwelijks kunnen groeien, aldus Post, „omdat de meeste kiezers zien dat zijn linkse programma’s onbetaalbaar zijn” (Mike Bloomberg is de beste keus voor Democraten én Republikeinen, 12/2). Niet veel later verscheen een serie polls waarin de steun voor Sanders met sprongen groeide. Na een gedeelde eerste plek in Iowa, won hij de voorkiezingen in New Hampshire en afgelopen weekend in Nevada met ruime cijfers.

Brede coalitie

‘Verkiesbaarheid’ gold lange tijd als het belangrijkste devies van het midden. Het is mooi om allerlei ambitieuze plannen voor de mensen te hebben, maar uiteindelijk gaat het erom dat je Trump verslaat. En een kandidaat uit het midden is beter in staat om een brede coalitie kiezers aan zich te binden, luidt het argument.

Dit is inmiddels als een boemerang bij het midden teruggekomen: Bernie Sanders heeft de grootste en meest diverse groep kiezers achter zich weten te scharen; een jonge, multiraciale, klassebewuste beweging. Het idee dat verkiezingen gewonnen worden over het midden zou ook iets meer overtuigingskracht hebben als Donald Trump de vorige verkiezingen niet had gewonnen van Hillary Clinton, de kandidaat uit het midden. Ironisch genoeg is Sanders op dit moment de meest ‘verkiesbare’ kandidaat.

Met andere woorden: Bernie’s ‘radicale’ voorstellen kunnen bogen op veel steun. En als hem wordt gevraagd of zijn plannen voor onderwijs en gezondheidszorg betaalbaar zijn, kan Sanders eenvoudigweg wijzen naar een reeks van Europese verzorgingsstaten waar zoiets de normaalste zaak van de wereld is. Waarom zou het rijkste land van de wereld dat niet kunnen betalen? Wie is hier nu onrealistisch?

Het intrigerende is dat er tot nu toe weinigen zijn die zich afvragen waarom Sanders wint. Waarom gaat een zelfverklaarde democratisch socialist, op kop in de primaries? Het heeft natuurlijk alles te maken met de staat van de Amerikaanse samenleving.

Rijkste tien procent

De sociale ongelijkheid in de Verenigde Staten is de afgelopen twintig jaar tot ongekende hoogtes gestegen. Sinds de financiële crisis is het economische herstel voor 95 procent ten goede gekomen van de rijkste 1 procent. De rijkste 10 procent van de Amerikanen beschikt over 70 procent van het vermogen. Gezondheidszorg en onderwijs – basisvoorzieningen – zijn zo duur dat ze miljoenen mensen de schulden injagen. De democratische besluitvorming wordt dermate door lobbyisten bepaald, schreven Princeton-politicologen in 2014, dat hier geen sprake meer is van een democratie, maar van een oligarchie. De klimaatcrisis, die ons allen aangaat, voegt daar nog een extra dimensie aan toe.

Tegen deze achtergrond is het weinig realistisch om op behoedzame wijze, kleine stapsgewijze hervormingen te willen doorvoeren, zoals het politieke midden traditioneel opereert. Er is juist een grote systeemverandering nodig. Wat dat van een kandidaat vereist, is de geloofwaardigheid en het organisatievermogen om de inertie van de status quo te doorbreken.

Hierin schuilt de aantrekkingskracht van de brommerige senator Sanders. Kiezers geloven in zijn beweging vanwege zijn onvermurwbare, compromisloze houding; zo weigert hij financiële bijdragen van lobbyisten, miljardairs, en grote bedrijven. Zijn campagne harkte het grootste geldbedrag aan donaties binnen, overwegend van ‘gewone’ Amerikanen die gemiddeld 18 dollar geven om zijn campagne te steunen.

Daarnaast bouwt hij al jaren aan een grassroots-beweging met een zeer diverse basis. Dat doet hij op vernuftige wijze, zonder de verschillen tussen mensen uit te wissen, zonder ook racisme en seksisme te negeren. Zo heeft Sanders het grootste aantal steunbetuigingen van vakbewegingen, is hij populair onder de zwarte bevolking en latino’s, en geniet hij brede steun binnen de lhbt-gemeenschap. In een wereld waar antimigratiepolitiek de problemen die ons allen aangaan overstemmen, trekt Sanders het rookgordijn opzij: keer op keer, bokkig, wijst hij op de macht van de 1 procent, op het belang van een minimuminkomen, herverdeling, en het klimaatprobleem.

Sanders wint omdat hij de meest geloofwaardige vertolker is van het verlangen naar verandering.

Sinan Çankaya en Paul Mepschen zijn antropoloog; Merijn Oudenampsen is socioloog.

About this publication